Aan de MerhaBar met Adel: "Hier vond ik vrijheid"

Dit artikel verscheen op 8 augustus 2017 in De Morgen

Dit is het verhaal van een café dat niet bestaat. En van een van de mensen erachter, Adel Kassem, die naar hier kwam met zijn identiteit in de knoop. 'Ik was een homoseksuele moslim in een cultuur die dat niet aanvaardt.'

MATTHIAS M.R. DECLERCQ

Foto: Jonas Lampens

Dit is het verhaal van een café dat één keer per maand opduikt, onherkenbaar, en dan opnieuw verdwijnt. Er hangt geen naambord aan de muur en er is geen menukaart, maar iedere laatste donderdag van de maand heeft Brussel wel een 'Merhabar'. Dat is de naam van een praatavond die plaatsvindt in een echt, Brussels café, dat die avond dus even een andere naam draagt. En dat zie je niet.

Merhabar is een samentrekking van het woord merhaba ('welkom' in het Arabisch en Turks) en bar, en die praatavond is een initiatief van de gelijknamige Brusselse organisatie Merhaba. Die werkt aan de emancipatie van lgbtqi (lesbian, gay, bisexual, transgender, queer en intersex) uit etnisch-culturele minderheden. Concreet kan een homoseksuele jongen uit de Marokkaanse gemeenschap in alle anonimiteit steun zoeken en een glas drinken in de Merhabar. Omdat dat thuis niet kan.

Een van de mensen die de Merhabars mee organiseert, komt op een verloren maandag een restaurant binnen. De man is klein, kaal en draagt een ruitjeshemd en sneakers. Hij heet Adel en zegt: "Ik ben wat nerveus." Dat is begrijpelijk. Het onderwerp is - helaas - beladen en dat is ook de geschiedenis van Adel. Hij wandelt naar de bar en komt terug met spuitwater. Anderhalf uur later zal hij nog altijd niet van dat glas hebben gedronken. De ijsblokken zijn dan al lang verdwenen. "Voilà, dat was het", zal hij zeggen.

Dit is het verhaal van Adel Kassem en dat van de onbestaande bar Merhaba. Hoe een jongen uit Alexandrië de wereldbol op zijn vinger liet tollen en in Brussel vrijheid vond.

"Ik zou het doen als kind. O ja. Ik zou de wereld ontdekken. Jules Verne indachtig. Azië, Oceanië, Europa: bij gebrek aan internet en Google Street View bouwde ik mijn eigen droombeeld op van de buitenwereld. Ik was te jong om te vliegen en had er ook de centen niet voor, dus bedacht ik een alternatieve manier om de wereld te zien, horen en voelen: ik schreef brieven. Naar Canadezen, naar Algerijnen, naar Syriërs, naar Amerikanen en vroeg hoe hun land eruitzag. Of er bergen waren en rivieren. Wat ze daar aten 's morgens.

"Of ze ook koffie dronken. Hoe die daar smaakte. Zag ik door het raam de postbode passeren, dan sprong mijn hart op en verlangde ik naar een antwoord op mijn brief. De wereld vervat in een enveloppe. Dertien was ik toen. Vijf jaar later belde een oudere, Amerikaanse vrouw bij ons aan in Alexandrië. Na wat heen en weer schrijven kwam ze me echt bezoeken. Mijn vader had me de jaren voordien thuis Engels onderwezen. Ik trok de deur open en zei 'hello'.

 

"Ik was jong. Gelukkig. En dan, dat eerste besef: ik val op mannen. En daaropvolgend: dat kan niet in deze cultuur"

 

Ook al ben ik er opgegroeid, nog altijd associeer ik Alexandrië met Cleopatra, Napoleon en Alexander De Grote. Maar ook met de Italianen om de hoek en de Grieken, de Spanjaarden, de Syriërs. Mijn geboortegrond als miniatuurversie van de buitenwereld, wat de goesting in verre reizen nog versterkte. Ik verzamelde als tiener wat geld en moed, en kocht een reisticket. Met de bus naar het naburige Syrië, via Jordanië. Syrië was toen het ultieme land en was dat niet alleen voor mij. Het land van het eeuwige Damascus, van Aleppo, van dat warme, Arabische volk. En nu, tja, nu kan ik niet meer naar de televisie kijken. Ik kan die beelden niet aanzien. Syrië is de kapotgeschoten droom van zoveel mensen.

"Ik waste er borden en glazen in een restaurant en reisde met dat beetje geld een paar maanden rond. Dat was een kantelpunt in mijn leven. Het besef dat je je eigen lot in handen hebt, als je maar genoeg engagement en inzet toont. Als student handelsingenieur aan de universiteit van Alexandrië dacht ik de wereld naar eigen vorm te kunnen kneden. Ja toch? Ik was jong. Gelukkig. En dan, dat eerste besef: ik val op mannen. En daaropvolgend: dat kan niet in deze cultuur. Heb je je lot dan toch niet zelf in handen?

"Een golf aan schaamte overviel me. Ik dacht in eerste instantie niet aan de gevolgen voor mezelf maar wel aan die voor mijn familie. Mijn geaardheid zou hen schaden. In Egypte wordt niet over seksualiteit gebabbeld. Daar wordt homoseksualiteit verengd tot televisiebeelden van de Gay Pride in een Europese stad, alsof dat iets puur westers is, een anomalie. Ik dacht eraan gewoon geen homo te zijn. Dat dacht ik echt: als ik het gewoon vergeet, dan lost dat 'probleem' zich wel op, toch? Ik liep op straat en zei tegen mezelf: kijk voor u, kijk niet naar de mannen, kijk naar de grond. Ik bande de mannen uit mijn leven en zou trouwen met een vrouw, waarop we een gezin stichten, werken en gelukkig zijn. Natuurlijk lukt zoiets niet. Het zou ook aangevoeld hebben als verraad naar die vrouw en kinderen toe. Kwam er ook nog bij: ik ben een moslim.

"Wat zegt de Koran over homoseksualiteit? Dat wist ik helemaal niet. Mijn identiteit lag in een knoop. Een homoseksuele moslim in een cultuur die dat niet aanvaardt en daar niet over praat. Ik had geen klankbord en broedde op een plan om mezelf te bevrijden. Ik zou Egypte en de typisch Arabische cultuur verlaten en een nieuw leven opbouwen in het liberale Europa, ongeacht in welk land. Dus bedacht ik een list: 'Vader, moeder, ik ga naar Europa. Waarom? Om te studeren. Het onderwijsniveau ligt hoger in Europa, wat mijn curriculum zal verbeteren.' Vader lag dwars. En dat was te begrijpen: de universiteit van Alexandrië stond toen hoog aangeschreven, hoog genoeg alleszins. 'Daar in Europa ben je helemaal alleen', zei hij. 'Waarom zou je dat doen? Trek je plan.'

"Ik zette door. Mijn beste vriend bracht me naar de luchthaven. Net voor het vertrek wilde ik afscheid nemen van mijn ouders. Ik nam mijn moeder eens goed vast, waarop mijn vader naar buiten wandelde. Hij stapte in zijn wagen, keek niet meer om en reed weg. De man met wie ik als kind voetbalde, met wie ik ging vissen in het weekend, die vriend moest niks van mijn vertrek weten. Ik stond er alleen voor. Via via kende ik een paar mensen in Belgium. Leuven, daar lag mijn toekomst. Ze spreken daar toch Frans, hé?

"De tegenstrijdigheid viel me zwaar: als kind dromen van verre reizen, om dan als volwassene te vluchten; maar wilde ik worden wie ik wilde worden, dan was die vlucht onafwendbaar. Ik schrok heel fel bij aankomst in Leuven. Nederlands, daar had ik nog nooit van gehoord. En het liberale karakter van het Europa dat ik me altijd voorhield viel tegen. Ik voelde de grond onder mijn voeten wegschuiven. In Egypte wist niemand iets af van mijn geaardheid. In België wel, maar op de universiteitsbanken van Leuven was ik plots een 'janet'.

"De identiteitscrisis raakte maar langzaam ontward. De vraag hoe je homoseksualiteit met de islam verzoent, heeft me jaren tijd gekost. Ik trok naar conferenties in de Verenigde Staten, las boeken, sprak met professoren en kwam tot de conclusie dat er verschillende interpretaties van de Koran mogelijk zijn in verband met homoseksualiteit. Dat was een geruststelling. Je pikt er je eigen interpretatie uit.

"En dan belde mijn vader. 'Wanneer kom je terug naar huis?', vroeg hij. Ik werd kwaad. 'Ik heb voor Europa gekozen, vader', zei ik. De adrenaline nam het van mij over, nog altijd kon ik de waarheid niet zeggen. Nogmaals: in de Arabische cultuur wordt niet over seksualiteit gesproken. Ik zou hen kwetsen en schaden, en dat wilde ik niet. Maar ik was kwaad en zei klaar en duidelijk: 'Ik keer niet terug naar Egypte. Alleen nog voor een bezoek.' Vader antwoordde voor het eerst defensief en inschikkelijk: 'Oké Adel, oké, wees niet kwaad', en dat luchtte me op. Ik hoefde me niet meer te verantwoorden voor die keuze.

"Intussen had ik een partner in België. Ging ik op bezoek naar Alexandrië, dan ging hij mee. Ik raakte hem fysiek ook aan in het bijzijn van mijn familie en toonde affectie, maar officieel bleef hij 'een vriend'. Op een dag vroeg mijn schoonzus: 'Ben je zeker dat het zomaar 'een vriend' is?' Ik heb niet op de vraag geantwoord.

"Nog altijd niet overigens. Het onderwerp blijft taboe, maar iedereen weet wel wie ik ben en natuurlijk weet en ziet iedereen dat ik een relatie heb met een man. We gaan overal samen naar toe. Maar praten? Neen. Met horten en stoten had ik mijn leven op de rails in België. Ik miste mijn thuisland wel - de oude stad, Alexandrië, de zee - maar verhuizen van Leuven naar Brussel bracht me meer in contact met de mij vertrouwde moslimcultuur. In Brussel trof ik mensen uit verschillende Arabische gemeenschappen en voelde voor het eerst relatieve vrijheid.

 

"Mijn zoektocht naar vrijheid was en is ook die van zoveel anderen. Ik moest en zou hen helpen"

 

"In homobars ontmoette ik Arabieren die in Brussel in dezelfde situatie verkeerden als ik destijds in Alexandrië. Door de culturele tradities werd hun geaardheid hier onderdrukt. Er ontstond een kleine groep van mensen die geregeld onderling afspraken, waaronder op mijn appartement in Brussel, en daar rijpte het idee dat uiteindelijk uitmondde in 'Merhaba'. Een nieuw kantelpunt in mijn leven, meer nog: een mijlpaal. Mijn zoektocht naar vrijheid was en is ook die van zoveel anderen. Ik moest en zou hen helpen.

"Merhaba bestaat nu ongeveer vijftien jaar en de nood is nog altijd groot. Enerzijds beweren veel mensen dat de Arabische gemeenschappen in Brussel erg gesloten blijven. Dat homoseksualiteit helemaal niet bespreekbaar is. Anderzijds kom ik in contact met moeders en vaders die er vragen over stellen. Vrouwen die opdagen op lezingen en vragen hoe ze moeten omgaan met homoseksualiteit, dat wijst toch op een groeiende openheid? Afhankelijk van de bril die je opzet, is er vooruitgang, dan wel achteruitgang. Het onderwerp zal me nooit meer los laten omdat het deel uitmaakt van mijn identiteit. Mijn strijd is ook die van duizenden, miljoenen anderen.

"De voorbije jaren heb ik veel gereisd en grote delen van de wereld gezien. Nu komt die wereld zelf op mij af, bij Fedasil, waar ik al jaren werk, dus schrijf ik geen brieven meer naar Canadezen of Algerijnen. Ga ik naar Steenokkerzeel, naar het opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarigen, dan tref ik een deel van wereld, en spreek er met jongeren die worstelen met hun seksualiteit. Ze zijn niet anders dan ik toen was. En ja, dat botst er met jongeren uit verschillende culturen. Dan is niet anders dan toen ik in Egypte woonde. Dus geef ik hen een briefje met de gegevens van Merhaba en praat met hen. Het is mijn missie om mijn ervaringen, mijn raad door te geven. Want dat vergeten we: er zijn oorlogsvluchtelingen, er zijn economische vluchtelingen, maar er zijn ook mensen die hun land ontvluchtten omwille van hun geaardheid. En het zijn er meer dan je denkt."

De ijsblokjes zijn gesmolten.

"Voilà, dat was het."

 

auteur: MATTHIAS DECLERCQ

fotografie: Jonas Lampens