Merhaba says no tegen tendentieuze journalistiek

Author: 
Merhaba

Dit artikel verscheen op donderdag 25 januari op De Wereld Morgen

 

Wat voorafging: voor de tigste keer werd Merhaba gecontacteerd door een journalist met de vraag kort toelichting te geven bij hun “onderzoeksbevinding” dat moslims homofober zijn dan niet-moslims. We krijgen deze vraag minstens één keer per jaar, maar toch wordt het geen routine en moeten we telkens weer op onze hoede zijn: op onze hoede voor woorden die in onze mond worden gelegd, of uit hun context worden gerukt. Selectieve of verdraaide citaten en polariserende framing uit het verleden indachtig, beslissen we deze keer niet mee te werken.

Niettemin, een week later werd het gevreesde werkelijkheid. In “De grote moslimenquête” die de lezers van het Nieuwsblad op zaterdag 20 januari in de vorm van een weekendbijlage voorgeschoteld kregen, lazen we: “Homoseksualiteit is een gevoelig thema in de moslimgemeenschap. Het is veelzeggend dat zelfs de vzw Merhaba, die specifiek rond dat thema werkt, hier niet wil op reageren. De organisatie vindt het te stigmatiserend om erover te spreken.”

We hebben even getwijfeld om te reageren. Aandacht geven aan een problematisch mediabericht zorgt er immers voor dat zo’n bericht enkel meer aandacht krijgt. Maar al bij al was de knoop snel doorgehakt. Omdat we ons beledigd voelen. Omdat dit ene artikel geen geïsoleerd geval is, maar deel van een structureel probleem.

 

Te stigmatiserend om erover te spreken?

We reageren omdat we ons als organisatie geraakt voelen in het hart van wat we doen. Al vijftien jaar lang werken we van onderuit – via vormingen, campagnes, workshops, dialoogsessies, documentaires en conferenties – aan dit thema. We begeleiden en inspireren leerkrachten en jeugdwerkers over heel Vlaanderen en Brussel in het bespreekbaar maken van seksuele diversiteit in cultuurgemengde groepen. We zetten dialoogprojecten op rond taboethema’s met jongeren en vrouwen – moslims zowel als niet-moslims. We klagen racisme aan in witte holebicontexten. Onze vrijwilligers vertellen hun vaak pijnlijke levensverhaal aan jonge mensen die in het publieke discours afgeschilderd worden als intolerant en homofoob. We werken samen met journalisten en academici om onze thematiek en werking op een genuanceerde manier onder de aandacht te brengen (zoals hier of hier). Achter de schermen slaan we bruggen tussen gemeenschappen die in het publieke debat diametraal over elkaar geplaatst worden, en bouwen we aan een netwerk van organisaties en mensen die samen willen vechten tegen alle vormen van uitsluiting.

In dat alles staat dialoog centraal, omdat we ervan overtuigd zijn dat mentaliteitsverandering niet kan worden opgelegd, maar van binnenuit moet komen. Die dialoog verloopt niet altijd even vlot, zit soms op de rand van conflict, en moet regelmatig heropgestart worden, maar is de enige effectieve manier om iets in beweging te zetten. Zeggen dat we het onderwerp te stigmatiserend vinden om over te spreken, is dus niet alleen een mes in de rug, maar een opmerking die simpelweg haaks staat op de manier waarop wij dag in dag uit werken aan maatschappelijke verandering.

 

Oppervlakkige tendentieuze journalistiek

Wat is dan wel de reden van onze “geen commentaar”? Het antwoord ligt in het bedroevende en deontologisch bedenkelijke niveau van een groot deel van de journalistiek van vandaag. In dit specifieke geval plaatsen we in eerste instantie grote vraagtekens bij de relevantie van een “onderzoek”, dat die naam niet waardig is. Zelf vertrouwd met wetenschappelijk onderzoek, hebben we heel wat vragen bij een studie die een klein aantal mensen telefonisch bevraagt, en dan zonder al te veel methodologische en statistische duiding wat percentages loslaat op de bevolking. Commentaar leveren op bevindingen uit een studie die we zelf niet kunnen inkijken en naar waarde beoordelen voelt aan als een spelletje darts met een blinddoek, en druist in tegen onze wetenschappelijke integriteit.

Ten tweede vereist een vraag als “waarom zijn moslims zoveel homofober dan niet moslims” een genuanceerd en gelaagd antwoord dat tegelijk de vraag zelf problematiseert, maar daar is in de berichtgeving van vandaag vaak letterlijk en figuurlijk geen ruimte voor. Het verzoek om het “kort en eenvoudig uit te leggen voor de lezer” getuigt niet alleen van een weinig hoge dunk van het eigen lezerspubliek, het toont ook aan hoe pover het gesteld is met het journalistieke bedrijf. Wie vandaag de krant openslaat, een nieuwswebsite opent of de televisie aanzet in de verwachting grondig geïnformeerd te worden en degelijke duiding te krijgen, is er in vele gevallen aan voor de moeite.

De laatste motivatie om niet mee te werken was de problematische framing van het hele artikel. Nog maar eens worden “de moslims” als een homogene groep voorgesteld, en wordt er gefocust op de verschillen en de kloof tussen hen en niet-moslims. Nog maar eens wordt op dezelfde nagel geklopt dat moslims homofoob zijn. Nog maar eens wordt de illusie gewekt dat de islam bron is van intolerantie en starheid. Steeds weer dezelfde mantra herhalen, zadelt een ganse bevolkingsgroep – die intern zeer heterogeen is – op met een stigma van onverdraagzaamheid. Het artikel krijgt door de enquête een aura van wetenschappelijkheid mee, maar is voor ons een zoveelste voorbeeld van hoe nieuws gemanipuleerd wordt: de journalist construeert op voorhand een kader en een verhaal, en gaat dan op zoek naar elementen die het moeten versterken. Ruimte voor nieuwe elementen of herframing is er weinig tot niet. Als een journalist ons een statement of bevinding voorlegt, en onze commentaar of verklaring vraagt, dan gaat onze alarmbel af: dan is het verhaal al geschreven, en kunnen we daar hoogstens nog een kanttekening bij maken.

Net als vele andere (minderheden)organisaties zijn we deze oppervlakkige, bij momenten tendentieuze journalistiek moe en willen we niet in de kaart spelen van media en andere maatschappelijke actoren die polariseren. Wij zijn daarom bijzonder op onze hoede bij contact met journalisten en kieskeurig in de keuze van media en journalisten waarmee we willen samenwerken.

 

Waar ze ons wel mogen voor bellen

Opkomen voor holebi’s met een migratieachtergrond betekent meer dan alleen strijden tegen homofobie in hun onmiddellijke omgeving. Een van de belangrijkste bestaansredenen van Merhaba is het feit dat mensen uit onze doelgroep, net zo goed als andere mensen met migratieachtergrond, geconfronteerd worden met racisme en islamofobie, wat dus voor nog meer uitsluiting zorgt dan bij witte queer personen. Hun positie in de maatschappij verbeteren betekent dus evengoed dat we de discriminatie, islamofobie, het rauwe racisme, en alles wat daartoe bijdraagt blijven aanklagen. Het betekent dat we polarisering doorbreken en focussen op wat mensen bindt. Als iemand daar een stuk rond wil schrijven, dan mogen ze ons altijd bellen.