15 jaar Merhaba: "Angst om over homoseksualiteit te spreken is verdwenen"

Author: 
Klaartje Van Kerckem

Van bij het begin van Merhaba, is de MerhaBar de veruitwendiging waar Merhaba voor staat: een warme, veilige plek, waar holebi en transgenderpersonen met een migratieachtergrond lotgenoten kunnen ontmoeten. Geen betere plek dus om ons 15-jarig bestaan te vieren, en met een paar anciens terug te blikken op de voorbije jaren.

Eén blik op het publiek maakte echter snel duidelijk dat het verleden achter ons ligt. Le Space was tot de nok gevuld met een bonte mix van mensen: Merhaba-vrienden van het eerste uur kletsten met brand new ones. Mensen van beide kanten van het kanaal luisterden geanimeerd naar de sprekers. Jong en oud waren onder de indruk van de getuigenissen. En most importantly: holebi’s en transgenders uit alle windstreken vonden steun bij elkaar, en haalden hopelijk kracht en hoop uit de hartelijke aanwezigheid van zovele bondgenoten.

 

Merhaba: een plek waar we ons niet hoefden te verantwoorden

Het panelgesprek onder leiding van Rachida Aziz werd ingezet met de getuigenis van voorzitter Adel Kassem, die ons terugvoerde naar de beginjaren van Merhaba. Zijn eigen verhaal over de aankomst in België blijft nazinderen: “Ik stapte in een taxi in Antwerpen, en vroeg de taxichauffeur verheugd ‘breng me naar een gay bar’. Geen alledaagse vraag blijkbaar, want de man moest even de centrale bellen. Toen ik even later aan een bar zat, werd ik onmiddellijk geconfronteerd met de harde realiteit: een man stapte op me af en vroeg botweg: ‘hoeveel?’. Een Arabier in een homobar, dat associeerde men blijkbaar met prostitutie.”

De nood aan een organisatie als Merhaba groeide deels uit dit racisme onder witte holebi’s. Een aantal jonge homomannen met migratieachtergrond – in het begin was er nog niet veel sprake van vrouwen – had elkaar in de Brusselse context gevonden, en deelden een gevoel van uitsluiting door witte holebi’s: “Er was heel veel racisme, en een gebrek aan kennis over wie we zijn. We hadden allemaal nood aan een plek waar we ons niet hoefden te verantwoorden.” Het negatieve beeld dat velen hadden (en hebben) over de Islam, speelt voor Adel een heel belangrijke rol in het gevoel niet begrepen te worden: “Men probeert Islam af te schilderen als intolerante godsdienst. Ik heb de Koran gelezen, en dat beeld klopt niet: de Islam zaait geen haat zoals velen denken, maar is een geloof van verdraagzaamheid en liefde.”

 

 

"Laat de angst om samen te werken verdwijnen en de gemeenschappelijke agenda's bovendrijven"

Malika Saïssi, De Vaartkapoen

 

 

Gedaan met bruggen, wij bouwen platformen

Tweede aan het woord was Malika Saïssi, bezielster van Caleidoscoop – een project dat onder de vleugels van gemeenschapscentrum de Vaartkapoen in Molenbeek emancipatorisch werk verricht met vrouwen met een migratieachtergrond. De toon van haar betoog was snel gezet: “Toen Sam me vroeg of ik er vanavond kon bijzijn, heb ik niet in mijn professionele, noch in mijn privéagenda gekeken. Ik ken mijn prioriteiten, en het is een eer dat ik hier mag zijn.”

Het bespreekbaar maken van homoseksualiteit begon volgens Malika met veel moeilijkheden. De tweede generatie, waar ze mee werkte, worstelde met taboes, traditie, cultuur en religie. Succes schuilde daarom in de manier waarop het thema zou worden aangepakt: “We moesten voorzichtig werken om iets te kunnen bereiken, zonder te willen raken aan de mensen hun identiteit.” Essentieel hierbij was voor haar het beklemtonen van het gemeenschappelijke, en het nee zeggen tegen alle lijden en discriminatie, los van de eigen identiteit: “Onze kracht zit in het partnerschap en in het opkomen tegen lijden in het algemeen. Kan je je bijvoorbeeld de kracht en de impact voorstellen van christenen en moslims die samen betogen tegen de barbarij tegen moslims? Ik ben oprecht ontroerd door de aanwezigheid van een mevrouw hier van de eerste generatie. Ik ben geraakt door deze diversiteit, die onze kracht is.” 

Op deze verjaardag wou Malika vooral een belangrijke mentaliteitsverandering vieren: “Vanavond vieren we dat we de evidentie hebben gewonnen om hierrond samen te werken. De angst om over homoseksualiteit te spreken is verdwenen. We laten niet langer toe dat de samenleving ons onderdrukt, op welke grond ook.” Malika wil niet langer spreken over bruggen bouwen: “Bij bruggen blijft er altijd een linker- en een rechteroever. Na 15 jaar zien wij het kanaal niet meer. Laten we dus spreken over een platform, en over diversiteit. Laat de angst voor samenwerking verdwijnen en de gemeenschappelijke agenda’s naar boven komen.”

 

Dialoog en partnerschappen tegen discriminatie

Laatste aan het woord was Ibrahim Kebe, adviseur gelijke kansen bij Brussels staatssecretaris Bianca Debaets. “De strijd tegen discriminatie is belangrijk en moet zo breed mogelijk worden gezien” vangt Kebe aan, en vertaalt dit in twee belangrijke sporen. Ten eerste moeten we volgens Kebe volop inzetten op dialoog en de strijd tegen onwetendheid: “De wet is een belangrijk hulpmiddel om discriminatie te bestrijden, maar dat alleen volstaat niet: we moeten daarbovenop ook de dialoog aangaan over de verschillende vormen van discriminatie.”

De tweede, en volgens Kebe belangrijkste piste die bewandeld moet worden, is die van het partnerschap. Met een knipoog naar het betoog van Malika verwijst hij naar de noodzaak om bruggen te bouwen:  “Er zijn heel veel organisaties actief, maar die mogen zich niet isoleren en enkel op zich werken.  Ze moeten bruggen slaan, en partnerschappen aangaan met andere organisaties, om zo aan sensibilisering en dialoog te werken.” Kebe geeft het voorbeeld van de organisatie BelAfrika, die vorig jaar een gespreksavond over homoseksualiteit organiseerde, en koppelt dit aan de meerwaarde van organisaties als Merhaba. Hij besluit met iets wat ons alvast een hart onder de riem stak : “Het is voor ons belangrijk om organisaties als Merhaba te ondersteunen – dergelijk organisaties kunnen immers andere organisaties sensibiliseren en informeren over een thematiek die niet hun core business is.”