Moslimholebi's worstelen met coming out - Interview met Wim Peumans

Author: 
Peter Van Dyck, Campuskrant KULeuven

In het publieke debat worden moslim-holebi’s nauwelijks of niet gehoord. Een hiaat dat gevuld moest worden, meende antropoloog Wim Peumans. Zijn doctoraatsonderzoek levert alvast interessante inzichten op. Voor zijn doctoraatsstudie hield Wim Peumans (Centrum Interculturalisme, Migratie en Minderheden) diepte-interviews met 31 holebi’s met een moslimachtergrond. Zijn onderzoek onderstreept dat het niet evident is om tegelijk moslim en holebi te zij n.

Welke spanningen ervaren homoseksuele moslims?

Wim Peumans: “Praktiserende moslims vinden het moeilijk om de kloof tussen homoseksualiteit en geloof te overbruggen. De manieren waarop ze dat proberen, variëren heel erg. Je hebt er die op zoek gaan naar andere interpretaties van de religieuze teksten. Anderen zien het als een test van God. Ze leren met de tegenstrijdigheid te leven, omdat hun geloof een te belangrijke rol speelt in hun leven en ze geen keuze willen maken.”

“Sommige moslims laten hun geloof vallen vanwege hun seksuele geaardheid, zeker als het tot een breuk met de familie is gekomen. Dat zie je namelijk bij vele homoseksuele moslims, ook de niet-praktiserende, dat de ouders moeilijk met de homoseksualiteit van hun kinderen om kunnen. Dat heeft zeker niet altijd met religie te maken. Hun belangrijkste vrees is dat er geen kleinkinderen zullen komen. Ook pijnlijk is de vaststelling dat het ideeëngoed rond gender en seksualiteit waarmee ze hun kind hebben opgevoed, plots aan diggelen ligt. Hoe de migrantengemeenschap op ‘het nieuws’ zal reageren, is ook een grote bezorgdheid.

Welke gevolgen heeft dat voor de coming-out?
Peumans: “Veel moslimholebi’s zien ‘uit de kast komen’ als een continuüm. Het is misschien passender om het woord ‘kast’ door ‘draaideur’ te vervangen. We stellen vast dat moslimholebi’s een wisselende houding aannemen, afhankelijk van wie ze tegenover zich hebben. Ze weten goed met wie ze over hun seksuele geaardheid kunnen praten en met wie niet. Vaak lichten ze eerst broers of zussen in, omdat die van dezelfde generatie zijn en er meer kans is dat zij ervoor open staan."

"Veel moslimouders hebben het moeilijk met de homoseksualiteit van hun kind, maar zeker niet altijd om religieuze redenen. Hun belangrijkste vrees is dat er geen kleinkinderen zullen komen."

“Nadien volgen de ouders, maar soms ook niet. De familie is zo belangrijk voor het geluk en welzijn van moslims dat ze er liever niet met hun ouders over spreken om de relatie niet in gevaar te brengen. Soms duurt het jaren voor ze de juiste modus vivendi vinden.”

Wat opvalt, is dat vele respondenten aangeven dat ze tussen twee vuren zitten. Kiezen ze voor een coming-out, dan krijgen ze van de moslimgemeenschap het verwijt zich egoïstisch op te stellen. Doen ze het niet, dan noemt de holebigemeenschap hen laf.

Hoe lossen ze dat dilemma op?

Peumans: “Door er op een indirecte manier voor uit te komen. Door hints te droppen. Zoals ‘ik ben niet gemaakt om te trouwen’. Ze hopen dat hun ouder ‘het’ op die manier wel doorhebben – ‘stilzwijgende kennis’ noem ik dat. Moslimholebi’s gebruiken de stilte soms als een taal. Homoseksualiteit staat zo ver van het dagelijkse discours bij hen thuis dat er expliciet over praten té confronterend is.”

 

Op de vlucht

Het aantal asielaanvragen vanwege genderidentiteit of seksuele oriëntatie is verviervoudigd: van 376 in 2009 naar 1.225 in 2013. Peumans sprak ook een aantal moslims die vanwege hun homoseksualiteit naar ons land migreerden.

Waar gaan zij precies voor op de vlucht?

Peumans: “In hun land van herkomst waren zij slachtoffer van fysiek en/of psychisch geweld. Berucht zijn Senegal, Kameroen, Mauretanië, Togo en Guinee. Een meisje uit Oeganda dat ik sprak, werd het voorwerp van een heksenjacht, nadat haar vriendin in een krant geout was. In Pakistan riskeren holebi’s dan weer een gevangenisstraf.”

“Hoewel ze ondervinden dat het moeilijk is om hier een nieuw leven op te bouwen, omdat ze onderaan de ladder terechtkomen en met discriminatie te kampen hebben, zijn ze toch blij met de gewonnen vrijheid. Hier kunnen ze tenminste ontmoeten wie ze willen, zonder vrees voor hun leven, opsluiting of uitsluiting.”

Jamila (31) heeft Marokkaanse roots en is lesbisch.

“In het middelbaar al merkte ik dat ik meisjes leuk vond. Op dat moment hoopte ik nog dat ik van die rare gevoelens zou afraken. Toen ik onder ogen begon te zien dat ik écht lesbisch was, leek me dat eerst niet verzoenbaar met mijn geloof. Het gaf een heel dubbel gevoel. Ik had geproefd van een verboden vrucht, en besefte dat er geen weg terug was. Er volgde een periode waarin ik erg worstelde met mijn dubbelleven.”

“Ik ben pas een klein jaar geleden uit de kast gekomen. Omdat ik allerlei doemscenario’s voor ogen had, stelde ik mijn coming-out steeds weer uit. Ik wou het goede contact dat ik met mijn zussen en ouders had niet op het spel zetten. We zijn met acht meisjes thuis. De helft is ruimdenkend, de andere helft traditioneler. Zou die tweede helft mijn homoseksualiteit wel oké vinden? De gedachte dat ze me misschien zouden verstoten, was ondraaglijk. Tot ik er geestelijk én fysiek onderdoor dreigde te gaan. Gelukkig hebben alle zussen mijn geaardheid aanvaard; ze betreurden het zelfs dat ik het zo lang alleen had moeten dragen. Nu stel ik vast dat mjn coming-out onze band nog sterker heeft gemaakt.”

"De gedachte dat mijn familie me zou verstoten was ondraaglijk. Maar mijn coming-out heeft de band met mijn zussen nog sterker gemaakt."

“Mijn zussen zijn hier opgegroeid, maar voor mijn ouders ligt het natuurlijk heel anders. Daarom heb ik beslist om het hen niet te vertellen. Mijn vader is 81, mijn moeder 74. De jaren die ons nog samen resten, wil ik niet in gevaar brengen. Speel ik open kaart, dan is de kans groot dat er een breuk tussen ons komt, en dat is het me niet waard. Het kost me geen moeite om tegen collega’s te zeggen dat ik een vriendin heb, maar anderzijds gebruik ik voor dit interview toch een schuilnaam. Je zou kunnen stellen dat ik slechts met één been uit de kast ben gekomen.”

“Toen ik elf jaar geleden van Limburg naar Antwerpen verhuisde, kwam ik met lotgenoten in contact en zocht ik heel veel informatie op over de islam en homoseksualiteit. Gaandeweg heb ik mijn eigen interpretatie ontwikkeld van wat er in de Koran staat. Ik heb nu vrede met mijn situatie, maar het proces van zelfaanvaarding is zéér lang geweest. Aan jonge moslims die holebi zijn, kan ik enkel de raad geven om, net als ik, zoveel mogelijk hun licht op te steken bij anderen. Je moet er uiteindelijk je eigen weg in vinden. Er is geen standaardoplossing.”

Peter Van Dyck