Jamal: "Ik geef ruimte aan het kwetsbare kind in mij"

In het kader van de internationale dag tegen holebi- en transfobie vroegen we mensen uit onze achterban wat het jaarthema "Justice and Protection for All" voor hen betekent. Eerste in rij is Jamal, vrijwilliger bij Merhaba: "Het is belangrijk dat ik het kind in mij blijf aaien, dat ik hem veel liefde en zelfzorg geef en hem geruststel: 'het is safe'."

 

Foto: Nachtraaf  - Bron: Los Ninos

 

In mijn hoofd en lijf woont een angstig kind – een kind dat keer op keer versmacht werd, en niet mocht zijn. Een kind dat zichzelf heeft aangeleerd om te verbergen wie hij is, uit zelfbescherming om niet uitgelachen of “ontdekt” te worden.

Toen ik vijf, zes jaar was, had ik tijdens een sportdag een dansje geleerd. Ik vond dat een wijs dansje en stond er niet bij stil of dat nu een vrouwelijk of een mannelijk dansje was. Maar anderen maakten dat onderscheid duidelijk wel. Toen ik het dansje danste in onze speelstraat begon mijn vriendje mij uit te lachen, en noemde hij mij “homo” en “janet”. 

Op mijn veertien jaar werd ik gevolgd door oudere mannen die mij zagen als sekstoy. Ik was zo bang dat ze zouden weten waar ik woonde, en dat het ging uitkomen, dat ik altijd blokje rond stapte. Bang ook dat als het zou uitkomen, ik er nergens mee terecht zou kunnen. En dus ontwikkelde ik een aparte wereld, een dubbelleven, en probeerde ik zoveel mogelijk mijn leven af te schermen.

Dat angstige kind zit nog altijd in mij. Van zodra ik in een plaats kom waar mensen zijn die ik niet ken, dan wordt het kind in mij, dat zichzelf nog niet helemaal accepteert, getriggerd. Dan voel ik weer die vrees om geout of ontdekt te worden, of heb ik het gevoel dat ik anders bekeken word.

Die angst is tastbaar: het is een constante druk op mijn borstkas.

Toen ik in de fitness werkte, bekroop mij dat gevoel heel vaak. Omgeven door al die gespierde mannen had ik vaak het gevoel dat ik ook zo een mannetje moest zijn. Iedereen is daar enorm bezig met zijn zelfbeeld, dus sowieso hangt daar een sfeer van bekeken worden, en ik was daar heel gevoelig aan. Uiteindelijk bleef ik altijd mijzelf, maar ik lette wel op wat ik zei en hoe ik mij gedroeg. Op momenten als die voel ik mij beperkt in mijn houding. Ik ben bang dat mocht ik wel volledig mezelf zijn, dat ze mij zouden vernederen. Die mannen triggeren dat kind in mij dat niet mag zijn.

Als mensen weten dat ik homo ben, dan voel ik mij wel veel meer op mijn gemak, dan is die angst weg. Maar er zit nog altijd die negatieve connotatie in bij homo. Ik slik nog altijd als ik dat hoor. Ik wil dat eigenlijk gewoon niet uitspreken: ik wil gewoon zijn wie ik ben, punt. Ik wil niet gelabeld worden, let it be.

 

Opkomen voor elkaar

In België is er een wettelijk kader dat ons zou moeten beschermen tegen racisme, discriminatie, homofobie, maar we weten daar veel te weinig over, en zelfs met die wetten is er geen garantie op bescherming. Ik zou niet weten waar ik naartoe moet gaan als ik te maken krijg met homofobie of racisme, en of er daar effectief iets kan aan gedaan worden.

Ik geloof vooral in het opkomen voor elkaar. We moeten elkaars opvoeder zijn en in publieke ruimtes opstaan als er iemand wordt beledigd. Elke mens kent de ervaring van schaamte of vernedering en zou vanuit die herkenning moeten optreden als anderen onrespectvol behandeld worden. Op zo’n moment moet elk van ons zijn innerlijk kind laten spreken en kracht geven om te “vechten” tegen onrecht. Als ik beledigd word, en niet de kracht heb om een tegenreactie te geven, dan doet het enorm veel als een vriend of een vreemde dat voor mij zou doen. Dan voel je je niet alleen en weet je dat er iemand is die je beschermt.

Maar naast bescherming of het opkomen voor elkaar is er nog zoveel meer nodig voor mensen die worstelen met homofobie of een heteronormatieve samenleving. We hebben nood aan ruimtes waar je mag zijn wie je bent, en waar je met je pijn, je kwetsuur naartoe mag gaan. 

 

Gewoon "zijn"

Ik heb gelukkig leren omgaan met dat bange kind in mij. Het is er nog steeds, maar ik draag er zorg voor: ik geef het tijd en ruimte. Doe ik dat niet, en ga ik over mijn grens, dan voelt het kind in mij zich ontredderd. Het is belangrijk dat ik hem blijf aaien, dat ik hem veel liefde en zelfzorg geef en hem geruststel: “het is safe”.

Ik doe dat door verbinding te zoeken met gelijkgestemden: ik wil mij omgeven met mensen die een open kijk hebben, die mij aanvaarden zoals ik ben en mij bestaansrecht geven. Als ik mij de ideale persoon kan voorstellen die me veiligheid geeft, dan zal het niet door materie of geld zijn, maar door tederheid en zachtheid. Iemand die emotioneel betrokken is, een luisterend oor biedt en geen vooroordelen heeft. Iemand tegen wie ik vrij kan praten zonder bang te zijn dat die mij gaat veroordelen. Iemand met een zekere bescheidenheid, en niet te veel ego. Iemand die onvoorwaardelijke liefde voor mij voelt, en mij laat zijn wie ik ben.

Je kan veel teweegbrengen door gewoon te zijn. Door gewoon bij iemand te zijn en verbonden te zijn, doe je al heel erg veel. Als ik aan bescherming denk, dan denk ik daarom in eerste instantie aan lekkere stevige armen om in te liggen. Als ik in iemands armen lig, kan ik mij echt veilig voelen, zelfs als ik die niet ken. Iemand die er gewoon is, zonder meer, die biedt mij geborgenheid.

Die hunkering naar geborgenheid is weer dat kleine kind in mij dat spreekt. Dat kind was angstig, maar kent ook de waarde van een warm nest. Als gezin met migratieachtergrond dat hier geen andere familie had, waren wij met ons vijf heel erg verbonden met elkaar. Ik herinner mij dat we samen televisie keken, samen aten, dat ik met mijn hoofd op de schoot van mijn moeder lag. Ik herinner me nog als ze me waste, dat was enorm intiem, affectief ook. Het is ondertussen anders, maar die herinnering is nog levendig, en ik probeer dat warme nest van toen te reconstrueren in mijn eigen huis, en met de mensen waar ik van hou.

Lichaam en geest

Soms is het ongelooflijk druk in mijn hoofd en moet ik alles een plaats geven. Ik trek me dan terug om rust op te zoeken. Op zo’n moment geef ik ruimte aan mijn psyche, en ga ik terug naar mezelf om te weten wie ik ben, en wat er in mij leeft.
 

BlinkOut is een mooi voorbeeld van een plek waar ik mij echt kan terugtrekken. In een wereld vol prikkels, is dat een plek waar ik even niets kan doen, en in plaats van op mijn gsm te lezen, eens tijd neem om te lezen in mijn hoofd. De mensen daar geven elkaar de ruimte om te zijn wie we zijn. Ze geloven in je kwetsbaarheid en dat je die kan ombuigen in een kracht. Vanuit al onze kwetsuren heeft elk van ons ervaring opgedaan die we kunnen doorgeven aan anderen. Dat is ook waar BlinkOut voor staat: Je straalt van binnenuit, kwetsuur of geen kwetsuur.

Ik vind echt kracht in die kwetsbaarheid: in wereld waar veel perfect moet zijn en veel druk heerst, wil ik teruggaan naar de kwetsbaarheid van het niet perfect moeten zijn. Ik wil mijzelf maar ook andere mensen die ruimte kunnen geven.

Maar constant in je hoofd zitten is ook vermoeiend. Om dat te compenseren is het voor mij belangrijk om beweging te hebben, en zo ook regelmatig in mijn lichaam te gaan zitten. Dansen en vooral yoga hebben mij echt geholpen. Yoga helpt me om flexibel om te gaan met mijn gedachten en om te gaan met wat er in de wereld rondom mij gebeurt.

 

Moeder aarde

Ik heb nood aan verbinding, maar het is gek hoeveel ik alleen doe. Eigenlijk heb ik geen mensen nodig om mij verbonden te voelen. Eigenlijk voel ik mij het veiligst als ik mij verbonden voel met de natuur, zeker als ik zie welk zootje mensen er soms van maken. Een goeie wandeling in het bos bijvoorbeeld, zelfs ’s nachts, kan mij super goed helpen als mijn hoofd weer vol zit. Of zoals op dat strand in Kroatië, waar ik in de zee lag, en mij liet dragen door de natuur, en alles losliet. Dit is mijn moment, dacht ik. Laat mij allemaal gerust. Ik drijf, en drijf, en drijf, en heb er vertrouwen in. Het is allemaal ok, Moeder Aarde draagt u.

 

Wil je het samen met ons hebben over "Rechtvaardigheid en bescherming voor iedereen"? Kom dan op vrijdag 17 mei, naar de MerhaBar in Le Space

 

Lees ook de getuigenis van Keltoum: 

"Mijn geloof en liefde zijn verenigd"

In deze bijdrage vertelt Keltoum haar verhaal: "Door mijn beste vriendin besefte ik dat niet religie, maar de maatschappij en de druk van de gemeenschap of omgeving voor de meeste ophef en onrust zorgt."

Lees meer...