In gesprek met Merhaba en Respect2Love - Tijdschrift voor genderstudies

Author: 
Nella Van den Brandt, Rahil Roodsaz & Klaartje Van Kerckem

Dit artikel werd gepubliceerd in het Tijdschrift voor Genderstudies, Volume 18, Nummer 2, januari 2015, pp. 197-216

 

Inleiding

Dit themanummer schuift het thema ‘seksualiteit in beweging’ naar voren. Het doelt, zo stelde de oproep tot bijdragen, om ‘bewegingen’ te bestuderen,die zich in brede zin bezig houden met seksualiteit. In dit artikel worden twee organisaties bevraagd die zich richten op emancipatie ophet snijvlak van etniciteit en seksualiteit. Er is bewust gekozen om eenBelgische en een Nederlandse organisatie te benaderen: Merhaba en Respect2Love(R2L). Voor het interview met Merhaba sprak Nella van denBrandt met bewegingsmedewerker Klaartje van Kerckem. Het interviewmet R2L werd gedaan door Rahil Roodsaz. Zij sprak met R2L en TransUnited projectleidster BeyonG, maar leerde tijdens het gesprek ook stagiair Giovanny Virdis en R2L ambassadrice Jessica Wolda kennen, die bij het interview aanschoven en het met eigen perspectieven en ervaringen aanvulden.

Merhaba is gevestigd in Brussel, en richt zich op de emancipatie enondersteuning van LGBTQI’s (lesbian, gay, bisexual, transgender, queer &intersex) met een migratie-achtergrond.(2) R2L huist in Amsterdam, en werkt aan de emancipatie en ondersteuning van LHBT (lesbische, homoseksuele,biseksuele en transgender) biculturele jongeren.(3)

Een verschil tussen de twee organisaties is dat Merhaba vooral werkt met BelgischeLGBTQI’s met wortels in de Maghreb, het Midden Oosten en Turkije. De doelgroep is grotendeels Franstalig. Merhaba richt zich niet alleen op jongeren, maar heeft in de praktijk wel veel met jongeren te maken. R2L richtzich daarentegen specifiek op jongeren. De Nederlandse LGBT jongeren waar R2L mee werkt, hebben Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse roots.

Een overeenkomst is dat beide organisaties zich bevinden in een context waarin etnisch-culturele minderheden vaak als vijandig worden gezien ten aanzien van seksuele diversiteit en emancipatie. In het Nederlandstaligepublieke debat in België wordt religieuze diversiteit, en dan vooral de aanwezigheid van moslimminderheden, maar ook de geïnstitutionaliseerde katholieke hiërarchie, geproblematiseerd als het gaat over depositieve waardering van seksuele diversiteit. Ook in Nederland wordt religie als in oppositie tot seksuele diversiteit beschouwd, en seculariteit als positief voor seksuele emancipatie. Progressieve seculariteit en acceptatievan homoseksualiteit is in Nederland echter bovendien verheven tot integraal onderdeel van nationale identiteit en burgerschap. Deze vorm van homonationalisme bestaat in België om verschillende redenen, niet in dezelfde mate en niet op dezelfde manier.

Aan de hand van onderstaande interviews worden de perspectieven ingebracht van diegenen die zowel tot etnische als seksuele minderhedenbehoren. De interviews behandelen de doelstellingen, strategieën en inspiratie van de bevraagde organisaties. Het artikel verschuift daarbij de aandachtnaar de stemmen van ‘minderheden binnen minderheden’, ofwel naar mensen wiens levens op meerdere manieren kwetsbaar zijn gemaakt. Uiteraard speelt hierbij niet alleen etniciteit en seksualiteit een rol, maar, zo zal uit de interviews blijken, net zo goed ook leeftijd, gender, klasse en burgerschap. We willen met dit interview dan ook aan het themanummer bijdragen door vaak onderbelichte perspectieven aan te dragen, en daarmeevragen op te roepen over dominante veronderstellingen in academischeen populaire discussies over seksuele diversiteit en emancipatie.

 

“De Weg van de Omweg is de Kortste Weg”: Interview met Merhaba, Brussel

Nella van den Brandt in gesprek met Klaartje van Kerckem (Merhaba)
 
Hoe is Merhaba gestart? Welke noden en behoeften lagen daaraan ten grondslag?
 

Merhaba is eind jaren ‘90 gestart als een zelforganisatie van een aantal mensen met roots in de Magreb, Turkije en het Midden-Oosten. Zij voelden zich aangetrokken tot personen van hetzelfde geslacht, maar voelden zich niet thuis in het traditionele holebi milieu (4), onder andere door heersende exoticerende stereotypen, en een te grote nadruk op coming out’. Merhaba is gegroeid uit de nood aan informatie, ondersteuning, en activiteiten die rekening houden met de behoeften van holebi’s met een migratieachtergrond, voor wie het gewicht van tradities en/of godsdienst vaak vrij zwaar doorwegen.
In 2002 werd Merhaba als vzw erkend (5) en in de beginjaren lag de klemtoon op het organiseren van activiteiten voor de primaire doelgroep. Zo ging Merhaba in 2002 van start met het maandelijkse praatcafé MerhaBar, en even later met de Arab Funky Parties waar cultuur, geaardheid en identiteit zorgeloos konden worden geleefd/beleefd in de veilige omgeving van vrienden en sympathisanten.
Met het “Wadiproject” (2007) zette de organisatie de eerste stap op weg naar professionalisering met de ontwikkeling van een professionele onthaalwerking, en het organiseren van vormingen voor hulpverleners. Vanaf 2011 is Merhaba ook erkend als sociaal-culturele beweging, en wordt ze vanuit het Vlaamse Ministerie van Cultuur gefinancierd voor ‘bewegings- en sensibiliseringswerk’(6).
 
Wat zijn de belangrijkste doelstellingen van Merhaba?
 
Merhaba is in essentie een sociale beweging die werkt aan de emancipatie van holebi, transgender, queer en interseks personen (LGBTQI) met een migratieachtergrond. Onze primaire doelstelling is een veilige plek creëren voor LGBTQI met etnisch diverse roots. Onze werking kan in twee pijlers worden opgesplitst. In eerste instantie is er de werking gericht op onze primaire doelgroep, namelijk LGBTQI met een migratieachtergrond. Binnen onze onthaalwerking bieden we mensen een luisterend oor, en ondersteunen hen in de zoektocht naar het leven dat ze willen. Indien nodig verwijzen we hen door naar andere hulpverleners of organisaties. Tegelijk creëren we – net als in het begin – gelegenheden voor mensen om elkaar te ontmoeten en elkaar op die manier te versterken (7).
In tweede instantie is Merhaba ook een expertise- en kenniscentrum dat individuen en organisaties informeert en sensibiliseert omtrent thema’s op de snijlijn van cultuur, gender, en seksuele diversiteit. Enkel onze primaire doelgroep ondersteunen via onthaal en activiteiten is dweilen met de kraan open. Als we echt aan hun emancipatie willen werken, dan moeten we ons ook focussen op hun omgeving, en bronnen van uitsluiting zoveel mogelijk wegwerken. Daarom focussen we ons vandaag de dag ook op sensibilisering en informering van verschillende subgroepen, waaronder voornamelijk hulpverleners, ‘traditionele’ LGBT-organisaties, etnischculturele minderheden, en de jeugd- en onderwijssector (8). Hoe we dat aanpakken verschilt van groep tot groep: bij holebi-organisaties en hulpverleners besteden we vooral aandacht aan meervoudige uitsluiting en een cultuursensitieve aanpak, terwijl we ons bij etnisch culturele mindeheden meer toeleggen op het bespreekbaar maken van seksuele diversiteit.
In de toekomst zou Merhaba bovendien meer kenniscentrum willen zijn (9). We hopen onder die noemer vaker mee te werken aan onderzoek, en bieden stageplekken en begeleiding voor masterproeven aan. Op die manier kunnen we onze kennis en expertise meer uitdragen naar de professionelen van de toekomst.
 
Met welke strategieën probeert Merhaba de sensibilisering van etnisch-culturele minderheden te bereiken?
 
Onze kernstrategie bij etnisch-culturele minderheden kan samengevat worden als “de weg van de omweg is de kortste weg”. Wat dat betekent kan ik best illustreren met een concrete situatie van de voorbije week. Na de voorstelling van onze documentaire Roots & Wings (10) vroeg iemand mij: “Hoe kun je een muur neerhalen? Een muur van onbegrip, van niet willen luisteren? Dat kan toch alleen met een stormram?” Ik heb toen geantwoord: “Dat is exact waar wij tegen zijn. Je kan die muur ook steen voor steen afbreken”. Dat is wat Merhaba doet: stap voor stap werken, niet shockeren tijdens de vormingen, en met de culturele gevoeligheden rekening houden. 
Concreet betekent dit dat we aan elke organisatie die bij ons komt aankloppen voor vorming duidelijk maken dat enkel langdurige trajecten vruchten afwerpen. Idealiter doorlopen we een traject van verschillende vormingen, waarbij we eerst de nadruk leggen op het doorbreken van bijvoorbeeld genderstereotypen en genderrolverwachtingen en parallellen trekken tussen verschillende vormen van uitsluiting. We gaan mensen er bijvoorbeeld aan herinneren wat het is om uitgesloten te worden op basis van etniciteit, en dat proberen we te linken aan het gevoel dat wordt veroorzaakt door uitgesloten te worden op basis van seksuele diversiteit. En pas op het einde van de vormingsreeks gaan we stilstaan bij seksuele diversiteit en de link met cultuur/religie.
Mensen met homonegatieve attitudes stellen vaak dat homoseksualiteit een ‘Westerse ziekte’ is die ‘bij ons’ niet bestaat. Wij zetten die aanname op losse schroeven, voornamelijk aan de hand van voorbeelden vanuit het referentiekader van mensen zelf. Een voorbeeld is de Turkse zanger Zeki Müren (11). Dat is een zanger waar veel mensen van Turkse origine erg naar opkijken. Het is een man die er zeer vrouwelijk uitziet, en waarvan algemeen (stilzwijgend) geweten is dat hij homoseksueel is. Door te verwijzen naar een bekend figuur binnen hun eigen referentiekader tonen we aan dat de idee ‘het bestaat niet bij ons’ of ‘het is on-islamitisch’ niet klopt, en doorbreken we aldus wij/zij-denken. Verder gaan we ook alternatieve interpretaties geven voor de dominante idee dat homoseksualiteit binnen hun religie verboden is (12). In de methodiekenbundel ‘Recht op Liefde’ – die we samen met vzw ella hebben gemaakt – hebben we bijvoorbeeld teksten en interviews toegevoegd met imams, priesters en een rabbijn, die elk een alternatieve interpretatie geven voor bijvoorbeeld het verhaal van Loet (ook bekend als het verhaal van Sodom en Gomorrah).
 
En hoe sensibiliseert Merhaba mainstream holebi-organisaties en de hulpverlening?
 
Onze kernstrategie in het werken met de holebi-beweging en hulpverleners is gebaseerd op het idee van intersectionaliteit en meervoudige uitsluiting (13). We benadrukken dat holebi’s met een migratieachtergrond vaak extra kwetsbaar zijn, omdat ze ook worden uitgesloten op etnische of sociaal-economische gronden, en zich niet altijd thuis voelen in de traditionele holebi-context en bredere samenleving. Net als andere mensen met een migratieachtergrond worden ook zij bijvoorbeeld geconfronteerd met discriminatie op de arbeidsmarkt en de huizenmarkt. En binnen het traditionele holebi-milieu bestaat vaak de idee dat als je er Maghrebijns uitziet, dat je vast homofoob bent. Er is niet een onmiddellijke klik dat zo iemand net zo goed holebi kan zijn. 
Uiteraard is er ook de sociaaleconomische factor. Wij bereiken vrij veel LGBT asielzoekers, en zij hebben het vaak niet breed. Heel veel mensen van ons doelpubliek hebben niet het geld om er altijd tip top uit te zien, en dat contrasteert vaak met het dominante publiek van vele holebi-cafés, dat in essentie mannelijk, blank, en middenklasse is. Zo is er bijvoorbeeld het verhaal van een man die zich voor een feest aan het scheren was in het toilet van het Brusselse Rainbowhouse, wat op veel onbegrip getrakteerd werd. Zelfs als mensen niet expliciet worden geweerd uit bepaalde etablissementen, hebben ze vaak het gevoel er niet op hun plaats te zijn, vooral ook omdat ze zich niet herkennen in het aanwezige publiek. Wij vinden het heel erg belangrijk om holebi-organisaties en hulpverleners ook bewust te maken van deze vormen van uitsluiting, omdat emancipatie nu eenmaal een totaalplaatje is.
 
Zou je willen uitleggen wat het ‘alternatief paradigma’ van Merhaba is?
 
Merhaba maakt een belangrijk verschil met traditionelere holebi-bewegingen, waar ‘coming out’ vaak wordt gezien als het teken van of een noodzakelijke stap op weg naar zelfacceptatie. Onze alternatieve aanpak is dat wij coming-out niet als normatief of heiligmakend zien. We zullen eerder aanmoedigen om er binnen de organisatie en met vertrouwelingen over te praten, en goed na te denken, zonder overhaaste beslissingen te nemen. Een ‘coming out’ kan soms heel nefast aflopen in een familiesituatie, niet alleen bij etnische minderheden, maar ook bij andere mensen die in hun omgeving geconfronteerd worden met een taboe.
Voor Merhaba gaat het niet om ‘coming out’, maar eerder om iedereen de kans te geven zoveel mogelijk aspecten van individuele identiteit te behouden. Het ‘coming out’ paradigma reduceert mensen tot een enkele identiteit, en dat werkt niet voor iedereen. Veel van de mensen die op ons beroep doen, zijn ook gelovig, hebben sterke familiebanden, en vinden die zaken ook belangrijk. Ze zoeken een cocktail waarin ze zoveel mogelijk van die aspecten kunnen bewaren en hebben aandacht voor de meervoudigheid van hun identiteit.
Onze interculturalisering is erop gericht om hulpverleners en holebiorganisaties bewust te maken van het feit dat het paradigma van ‘coming out’ niet altijd werkt. En ik denk dat dat redelijk lukt, dat intussen al veel mensen overtuigd zijn van ons alternatief paradigma. Het probleem is echter nog altijd dat er te weinig hulpverleners, zoals psychologen en maatschappelijk werkers, zijn die de expertise en culturele sensitiviteit hebben om holebi’s van etnisch-culturele minderheden te begeleiden.
 
Kun je één van Merhaba’s successen verwoorden?
 
Een decennium geleden was het ondenkbaar dat een organisatie van etnisch-culturele minderheden zich met ons zou associëren. Onze thematiek was heel erg taboe en we werden door sommigen als het ware gezien als de hedendaagse belichaming van het volk van Loet. Maar wij hebben stap voor stap samengewerkt met organisaties rond andere thema’s dan seksuele diversiteit, zoals bijvoorbeeld islamofobie, of een poëziewedstrijd over liefde (‘Liefde breng ons dichter’), en zo aangetoond dat we niet de decadente organisatie waren waar sommigen ons voor aanzagen.
Stilletjes aan zijn we gegroeid en meer geaccepteerd geweest. Begin 2008 won Merhaba bijvoorbeeld de jaarlijkse prijs van het Minderhedenforum – de koepel van de federaties van allochtone verenigingen – als “Bruggenbouwer van het Jaar”. Deze prijs was voor ons bijzonder symbolisch: het betekent de erkenning vanuit etnisch culturele minderheden zelf, dat allochtone holebi’s bestaan, en dat we beschouwd worden als een volwaardige partner in het maatschappelijke middenveld. Vandaag staan we nog een stap verder, in die zin dat we niet langer enkel partnerschappen aangaan rond thema’s die voor onze werking secundair zijn, maar ook rond ons centraal thema seksuele diversiteit. Voor ons huidige project Karavaan bijvoorbeeld, hebben we zo’n acht partnerschappen met etnisch-culturele minderheidskoepels. Dat die federaties meewerken aan een project over holebi’s met een migratieachtergrond, dat is voor ons een groot succes, want het toont dat er openheid is om seksuele diversiteit bespreekbaar te maken. 
Een ander succes is dat de traditionelere holebibeweging steeds meer overtuigd is van ons alternatief paradigma. We hebben ons alternatief paradigma weten uit te dragen bij de grote spelers, zoals çavaria, Wel Jong Niet Hetero en de provinciale Regenbooghuizen (14).
 
Waar ziet Merhaba de grootste obstakels voor holebi jongeren van etnisch-culturele minderheden?
 
De grootste stap is vaak om uit hun isolement te treden en naar ons of een andere organisatie of hulpverlener te stappen. Veel mensen die geconfronteerd worden met een taboe in hun omgeving, zijn bang om erover te praten, en voelen zich zeer geïsoleerd. Velen hebben ook een grote angst om ge-out te worden. Zelfs lotgenoten kunnen, als je er ruzie mee hebt, jou gaan outen en die angst om ge-out te worden versterkt enkel het isolement.
Voor ons is het dus belangrijk om manieren te ontwikkelen om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Dat betekent in eerste instantie dat jongeren moeten weten dat we bestaan. En we moeten ervoor zorgen dat ze ons contacteren, want dat is niet evident. We proberen daarom zo discreet en laagdrempelig mogelijk te zijn. Zo kunnen mensen anoniem naar de Merhabaphone bellen, of ze kunnen ons aanspreken via mail of Facebook. In al die gevallen gevallen is het belangrijk dat we daar direct op reageren, want als je dat niet doet of te lang wacht, dan zijn ze weer weg. Het uit het isolement treden, dat is voor velen de essentie. En dan kunnen ze verder gaan, en de interne conflicten, waar sommigen mee worstelen, overwinnen.
We doen extra inspanningen om jonge vrouwen te bereiken, omdat zij vaak minder bewegingsvrijheid hebben en dus nog moeilijker uit dat isolement raken. We geven holebi-organisaties bijvoorbeeld vaak de raad iets te organiseren tijdens de openingsuren van de bibliotheek, omdat het voor sommige jonge vrouwen zeer moeilijk is om ‘s avonds het huis te verlaten. 
 
Hoe zorgt Merhaba voor een veilige ontmoeting voor deze jongeren?
 
Zoals gezegd, we garanderen absolute anonimiteit en discretie. Zo geven we iedereen de optie om af te spreken waar dat zij willen. Mensen kunnen naar ons komen, en we zorgen ervoor dat ze dit discreet kunnen doen. We huizen niet in een opvallend gebouw, hebben bijvoorbeeld geen regenboogvlag buiten hangen, en ons adres staat niet op de website. Wanneer mensen liever in hun eigen stad afspreken, dan gaan wij naar daar. Zitten ze niet graag neer als we praten, dan maken we een wandeling met hen in de stad of het park. Dus we proberen zoveel mogelijk in te gaan op waar de ander zich het meest comfortabel bij voelt.
De Merhaba Funky Parties zijn wat dat betreft minder problematisch. De mensen die naar onze feesten komen, zijn vaak al ‘out’.We letten wel op de buurt waar we het feest organiseren. Ook moet de locatie iets zijn waar je niet vanaf de straat naar binnen kunt kijken. Maar het staat open voor iedereen, dus ook voor niet-holebi’s, en voor mensen die geen migratieachtergrond hebben. Overigens is het een divers en breeddenkend publiek. De meesten weten wel wat Merhaba’s doelpubliek is en waar we voor staan.
 
Kun je iets vertellen over jouw engagement voor Merhaba?
 
Mijn engagement is gebaseerd op mijn gevoel voor rechtvaardigheid. Toen ik een kind was zei mijn mama: ‘Als er op school op de speelplaats een kindje alleen staat, dan moet jij je daarover ontfermen’. Haar medelijden, besef ik nu, was vaak misplaatst en contraproductief, maar ik heb daardoor wel een gevoeligheid voor uitsluiting ontwikkeld, voornamelijk uitsluiting op basis van etniciteit en huidskleur. Oorspronkelijk vertaalde dit zich in het niet-begrijpen en de afkeer van racisme, later in een academische interesse in mechanismen van uitsluiting en de constructie van etnische grenzen.
Dat ik in mijn bijna 15 jaar aan de universiteit vooral heb gefocust op etnische uitsluiting, zorgt ervoor dat ik in mijn communicatie naar een breed publiek toe bijna instinctief meer ga inzetten op het deconstrueren van stereotypen op basis van religie of etniciteit. Maar ik besef dat het ook nodig is om intern binnen etnische minderheidsgroepen te werken aan het wegwerken van homonegatieve attitudes, en ik probeer die twee in balans te houden. Maar ik ga niet snel een gemeenschap of groep aanvallen die al erg veel gestigmatiseerd wordt: er gaat niet veel veranderen als ik bestaande stereotypen over etnisch-culturele minderheden ga bevestigen. Waar er wel nood aan is, is om meer dialoog te creëren tussen verschillende subgroepen in de samenleving die nu te vaak diametraal tegenover mekaar geplaatst worden. En om dat te bewerkstelligen is het essentieel dat wij/zij-denken doorbroken wordt.
 
 

“Of Je Nu Uit de Kast Bent of Niet, Je Bent Even Belangrijk”:

Interview met Respect2Love (R2L), Amsterdam

Rahil Roodsaz in gesprek met BeyonG, Giovanny Virdis en Jessica Wolde (R2L)
 
Wat voor project is Respect2Love en hoe is het ontstaan?
 
BeyonG: Het is een project van COC Nederland (15). Het is voortgekomen uit een behoefte vanuit lesbiennes, homo’s, bi’s en transgenders (LHBT’s) in biculturele kring om bij elkaar te zijn en kracht bij elkaar te vinden. Dat was in 2007. R2L bestaat uit 4 delen: de denktank, de street teams, sociale media en de frontliners. Frontliners zijn mensen zoals ikzelf, of zoals Döne Fil die de Turkse boot organiseerde (16). Ze doet heel veel. In feite is zij een ambassadrice van R2L en ze is ook projectleidster van Haardvuuravonden (17), een gemeenschap voor LHBT-moslims. Zulke mensen zijn heel erg belangrijk voor biculturele LHBT’s. Ze hebben erkenning nodig. Ze worden vaak vanuit huis niet geaccepteerd en daarom is het belangrijk voor hen om in een groep te zitten waar ze zich wel geaccepteerd en veilig voelen.
Iedere laatste vrijdag van de maand komen we bij elkaar om samen te eten. Daarnaast hebben we een laagdrempelig inhoudelijk programma zodat er ook een stukje educatie bij zit. Soms nodigen we bijvoorbeeld de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) uit om voorlichting te geven. Soms komt er een rolmodel om zijn of haar verhaal te vertellen. Dat zijn onze denktankbijeenkomsten. De street teams gaan door heel Nederland. Daarbij gaat het om zichtbaarheid op bijvoorbeeld festivals, vertellen waar we voor staan en nieuwe mensen werven of in het kort, netwerken. We gebruiken ook sociale media, namelijk een Facebook pagina en onze eigen website, om informatie te verstrekken over onze doelstellingen en activiteiten.
Behalve de denktanks en de street teams hebben we ook nog de ambassadeurs of eigenlijk rolmodellen. Dat zijn types die meer verantwoordelijkheid nemen, in de media komen en het bespreekbaar maken bij de familie en in eigen kringen. Bij R2L pakken we alles vanuit een inside-outside visie aan, met en door de doelgroepen. Het familiegevoel is het allerbelangrijkste. Er ontstaan vriendschappen en soms zelfs relaties binnen de groep.
 
Wat is jouw positie bij R2L?
 
BeyonG: Ik ben projectleidster van R2L en Trans United (18) bij COC Nederland. Dit zijn allebei projecten voor mensen met een biculturele achtergrond. Trans United gaat specifiek over transgenders en R2L is er voor alle LHBT’s. Het zijn allebei projecten van COC Nederland. Ik ben in 2011 begonnen bij R2L als stagiaire, als een homoseksuele jongen, dacht ik toentertijd. Later heb ik mij ontwikkeld op zowel privé als professioneel niveau en de kracht gevonden om te kunnen zeggen dat ik transgender ben. Ik heb destijds ook een soort van ‘coming out’ gehad. Dat was in 2012 en sindsdien is het balletje eigenlijk gaan rollen. Het gaat heel snel. Ik zit nu al anderhalf jaar aan hormonen. Ik ben dus ooit als stagiaire binnen gekomen en het is intussen mijn werk geworden, mijn leven.
 
Wat bedoelen jullie met biculturele jongeren?
 
BeyonG: In feite komt iedereen in aanmerking die bereid is zich in te zetten voor de doelgroep. We discrimineren niet. We zeggen ook geen nee tegen een blond meisje met blauwe ogen dat behoefte heeft om bij de groep te horen. Leeftijd maakt ook niet uit. Vanaf 18 jaar is iedereen welkom. Het gaat erom dat je open-minded bent en je inzet voor deze doelgroep, dat je ons steunt bij onze doelstelling – en dat is zelfacceptatie. We dwingen niemand uit de kast, maar we bieden activiteiten aan die het proces van zelfacceptatie bevorderen.
 
 Je gaf aan dat R2L zich op LHBT’s richt. Hoe verhouden jullie tot jongeren die zichzelf bijvoorbeeld queer noemen?
 
BeyonG: Er zijn inderdaad ook mensen die zich met queer identificeren en dat is prima. Wij respecteren dat volledig. Persoonlijk identificeer ik mij ook een beetje met queer. Ik noem mezelf geen transvrouw. Ik noem mezelf transgender en dat is iets persoonlijks. De maatschappij is zo zwart-wit in gericht, man-vrouw, maar er zit nog van alles tussen. Gender is zo fluïde. We hebben nou eenmaal een enorme diversiteit en iedereen mag er wezen. Deze houding valt ook onder queer-zijn. Alleen ik noem mezelf geen queer. Maar als andere mensen zich daar wel mee identificeren, dan is dat natuurlijk prima. We hebben bijvoorbeeld ook panseksuelen binnen de groep. Dat is ook prima.
 
Wat maakt R2L een uniek project?
 
BeyonG: Wat het project zo uniek maakt is dat biculturelen zelf achter het project zitten en dat we de doelgroep dus heel goed begrijpen. Dat creëert een sterk familiegevoel en geeft veel vertrouwen, wat erg belangrijk is. Mensen krijgen via-via over ons te horen en mogen ook in het begin iemand meenemen als ze daar behoefte aan hebben. Dat maakt het project heel bijzonder.
 
Welke rol speelt de culturele achtergrond van de jongeren in wat jullie doen?
 
BeyonG: We laten de jongeren bijvoorbeeld soms samen koken. Surinamers en Antilianen schijnen qua eetgewoonten veel met elkaar gemeen te hebben. We zijn ook van plan om een spreker uit te nodigen die de rol van de culturele achtergrond gaat bespreken. Op die manier houden we rekening met die achtergrond. Deze doelgroep komt niet uit een praatcultuur. Dat is vaak een probleem. Ik heb het bij mezelf ook gezien. Leren praten voor een groep en jezelf blootgeven was voor mij ook heel moeilijk. Dat moest ik gaandeweg leren. En het gaat steeds beter gelukkig. Je ziet erkenning binnen de groep, en veel liefde en warmte voor elkaar. Ik was in de zomer een maandje weggeweest, we hebben een zomerstop, en toen ik terugkwam zag ik hoe zeer iedereen elkaar gemist heeft. Dat is prachtig om te zien.
 
En hoe zit het met de religieuze achtergrond van de jongeren?
 
BeyonG: Dat speelt bij meerdere jongeren een rol. Daarom is Döne Fil, die zelf ook moslim is, een belangrijke persoon bij R2L. Zij organiseert de Haardvuuravonden, een project dat gaat over zowel moslim als LHBT zijn. Ik ben zelf rooms-katholiek opgevoed en ik ben ook nog steeds gelovig. Ik doe er niet zo veel mee, af en toe bidden, maar ik ga niet naar de kerk omdat ik denk ‘hoe vromer de geest, hoe groter is het beest’, maar dat is persoonlijk. Bij R2L hebben we regelmatig projecten, maar ook thema’s over het geloof die we tijdens denktanks bespreekbaar maken. We laten zien dat geloof en LHBT-zijn goed samen kunnen gaan. Er is zelfs een homoseksuele imam in Kaapstad, imam Muhsin Hendricks. Ik ben er heen gegaan en een van zijn empowerment workshops gevolgd met het doel een deel van de doelgroep van R2L beter te kunnen begrijpen en steunen. Voor mij persoonlijk was het een heel leerzame en inspirerende ervaring. Hij presenteerde een heel andere interpretatie van de koran en liet zien dat je gewoon jezelf kunt zijn en gelovig. Niets is prachtiger dan dat je de kracht juist in je geloof vindt om te kunnen zijn wie je bent.
 
Is jezelf kunnen zijn waar het jullie om gaat?
 
BeyonG: Wij bieden activiteiten aan zodat mensen hun eigen kracht kunnen vinden, en het in hun eigen kring bespreekbaar maken en daardoor zichtbaar worden. Als je jezelf hebt geaccepteerd, kan je de wereld aan, zeg ik altijd. Dat is het belangrijkste, het begint bij jezelf.
R2L-stagiaire Giovanny Virdis mengt zich in het gesprek: Ik heb zelf in die situatie gezeten. Er is een groot verschil tussen jezelf kennen, jezelf accepteren en uit de kast moeten komen. Toen ik hier kwam erkende ik mezelf ook niet. Ik wist wel dat ik op jongens viel, maar ik wist niet hoe of wat. Ik had ook heel lang het idee dat je daar nooit achter zal komen, maar het gaat vanzelf. Je leert meer mensen kennen en je vergelijkt jezelf bewust of onbewust met anderen. Dat helpt je om te achterhalen wie je wel of niet bent. Je bent op zoek naar jezelf en gaandeweg wordt het steeds duidelijker wie je bent.
BeyonG: De erkenning die we bij elkaar vinden is inderdaad heel belangrijk. Ik ben zelf ook hier binnengekomen als een homoseksuele jongen, zoals ik al zei. Ik had op televisie een programma gezien over transgenders en vermoedde dat het bij mij ook speelde, maar je hebt geen hand-outs.
Eenmaal bij COC Nederland binnengekomen als stagiaire, voelde ik mij net een vis in het water. Er is zo veel kennis en je ontmoet zo veel mensen. Die kennis kan je niet zo maar overal krijgen. Het gaat inderdaad niet vanzelf. Daarom is zelfacceptatie zo belangrijk. Als dat proces goed gaat en je spreekt het uit, dan komt het helemaal goed.
 
Ontstaan er weleens problemen als gevolg van bespreekbaar maken?
 
BeyonG: Zeer zeker. Dat zie je ook binnen de groep. Sommigen hebben geen contact meer met de familie, voelen zich verstoten en worden bedreigd, soms met de dood. Dat soort verhalen is er helaas ook en dat is heel heftig. Persoonlijk heb ik ook geen contact meer met mijn vader omdat hij er niet mee om kan gaan dat ik transgender ben. Ik denk dan bij mezelf ‘hij mist gewoon een dochter die hij altijd wou hebben’. Dus zo sta ik er zelf een beetje in, maar er zijn ook zeer zeker negatieve kanten. 
 
Maakt dat jullie ook voorzichtiger?
 
BeyonG: Ja absoluut. We waarborgen ook een zekere mate van veiligheid. Je komt de groep niet zo maar binnen. We hebben een bepaalde procedure. In eerste instantie is het heel laagdrempelig, een soort kennismaking. Dat doe ik door mijn eigen verhaal te vertellen en vaak heb je op die manier het vertrouwen al gewonnen. Ze zien vaak iets van zichzelf in jouw verhaal en dat geeft een bepaalde veiligheid. Nogmaals, we dwingen niemand uit de kast. Dat geeft ook vertrouwen. 
 
Uit de kast komen is toch een soort ideale situatie?
 
BeyonG: Nee, dat is ons doel niet. Ons doel is zelfacceptatie en daar bieden wij activiteiten voor aan. Als iemand uit de kast komt, dan is dat mooi meegenomen voor die persoon zelf. Maar ons doel is zelfacceptatie en onze activiteiten zijn er op gericht om mensen bij elkaar te laten komen zodat ze gezamenlijk de kracht kunnen vinden om zichzelf te accepteren. Wel of niet uit de kast komen is aan hen. Wij dwingen er niemand toe.
Giovanny: We hebben bij R2L zowel programma’s voor mensen die uit de kast zijn als mensen die in de kast zitten. Voor het project zelf maakt het eigenlijk niet zo uit, in of uit de kast. Als je in de kast zit, dan zijn er genoeg activiteiten die je achter de schermen kunt doen. En als je uit de kast bent, dan hebben we bijvoorbeeld de street teams. Voor mensen die in de kast zitten hebben we de denktankavonden waar ze zich veilig voelen. Of je nou uit de kast bent of niet, je bent even belangrijk voor het project. 
 
Draagt de nadruk op het biculturele niet bij aan een wij-zij discourse van enerzijds de zogenaamd tolerante ‘autochtone Nederlanders’ en anderzijds ‘allochtonen’ die niet met seksuele diversiteit om kunnen gaan?
 
BeyonG: Het is juist heel belangrijk om het biculturele aspect te benadrukken. Het moet namelijk binnen deze groepen bespreekbaar worden gemaakt. Anders krijg je nooit die erkenning en acceptatie. Het is ook belangrijk dat seksualiteit bespreekbaar wordt gemaakt. In de Surinaamse cultuur bijvoorbeeld, kan je niet met je moeder het over condooms hebben. Dat is niet mogelijk. Terwijl je naar mijn mening een kind van 13 jaar beter condooms kan geven, want vanaf dan beginnen kinderen seksueel actief te worden. 
 
Hebben mensen met een biculturele achtergrond het dan lastiger?
 
BeyonG: Het gebrek aan een praatcultuur maakt het zeker lastiger, maar ik zou niet zeggen dat het voor anderen niet lastig is. R2L-ambassadrice Jessica Wolda mengt zich in het gesprek: Ik denk dat het bij autochtone Nederlanders makkelijker is om het bespreekbaar te maken. Het is niet zo dat je ouders het meteen accepteren, maar over het algemeen is het makkelijker bespreekbaar. Mijn moeder vertelde ons alles. Toen mijn zus begon te menstrueren, werden we allemaal erbij gehaald en legde ze ons het hele riedeltje meteen uit. Ik weet nog dat mijn buurmeisje, volgens mij kwam zij uit Ghana, niet eens naar huis durfde toen ze voor het eerst op school menstrueerde. Uiteindelijk vertelede zij het aan haar moeder, maar er werd verder niet met de familie over gesproken. Ik denk dat het bij Nederlanders wat makkelijker gaat. Tegelijkertijd zijn de Surinaamse moeders van nu een stuk opener. Hoe meer je erover spreekt, hoe normaler het wordt.
BeyonG: Dat was met mijn eigen transformatie inderdaad ook zo. Toen ik vroeger de tram binnenkwam, zag ik al die ogen die op mij gericht waren en nu nog steeds zie ik dat mensen kijken. Maar nu ga ik er veel beter mee om omdat ik in mezelf ben gaan geloven. Vroeger durfde ik niet naar buiten, maar goede vrienden om je heen, mensen die je steunen, helpt heel erg. En in jezelf blijven geloven. Voor transgenders is het nog moelijker; zij worden soms bijna letterlijk uitgekotst door de maatschappij. Er is nu gelukkig steeds meer zichtbaarheid en informatie, wat nog veel beter kan, maar dat is tenminste een stap voorwaarts. Daarom is het goed dat er verschillende organisaties zijn die zich met zichtbaarheid en bespreekbaarheid van transgenders bezighouden. Als een homoseksuele jongen bij een bank gaat werken, dan hoeft hij alleen maar een pak aan te doen. Hij valt dan niet meer op. Hij wordt gezien als een ‘normale’ man. Bij transgenders is dat niet zo. Zodra zij de transformatie ingaan, dan kunnen ze 9 van de 10 keer geen baan vinden.
Jessica: Iemand uit onze doelgroep zit momenteel in transitie en er komen zo veel dingen bij kijken, bijvoorbeeld als beveiliger, moet je dan mannenuniform aan of vrouwenuniform? Mag je dan een man fouilleren of een vrouw? Ga je naar het herentoilet of damestoilet? Je zit midden in je transitie, dus waar hoor je bij? Als homo of lesbienne, trek je gewoon een pak aan en je kunt je werk doen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Albert Heijn kassa’s, zie je jonge vrouwen met en zonder hoofddoek. Mensen hebben geleerd met die diversiteit om te gaan. Dat is heel goed, maar waarom zou een transgender dan niet achter de kassa mogen?
 
Hebben jullie wensen richting de beleidmakers?
 
BeyonG: Nee we houden ons daar niet mee bezig. Dat doet het COC, in overleg met ons. Het COC dringt er bijvoorbeeld bij de minister en de Tweede Kamer op aan om initiatieven van biculturele LHBT’s zélf – zoals Respect2Love – te steunen. Als Respect2Love richten we ons meer op de doelgroep en zelfacceptatie dan op beleidsmakers. Individueel hebben we natuurlijk allemaal een mening over de politiek, maar als R2L houden we ons daar niet mee bezig. Zelfacceptatie is de voorwaarde om andere veranderingen teweeg te brengen. Ik ben zelf ook als iemand binnengekomen die zo stil was en niemand durfde aan te kijken en nu sta ik voor de groep en deel mijn verhaal in de media. Ik ben niet alleen ‘uit de kast’, ik sta nu zelfs op die kast!
 
Wat zijn jullie plannen voor de toekomt?
 
BeyonG: We willen ook buiten Amsterdam, namelijk in Rotterdam, Utrecht en Den Haag actief worden. Op dit moment helpen wij Utrecht met het opzetten van een eigen R2L. Dit proces heeft tijd nodig. Amsterdam heeft er 7 jaar over gedaan om een diverse groep bij elkaar te krijgen. Wij hopen op den duur nationaal te worden en misschien zelfs internationaal.
 
 

Conclusie

In dit artikel werden twee organisaties bevraagd die zich richten op emancipatie op het snijvlak van etniciteit en seksualiteit. Er werd gekozen voor een Belgische en een Nederlandse organisatie: Merhaba en Respect2Love. De bovenstaande gesprekken met Merhaba en R2L tonen overeenkomsten maar ook verschillen als het gaat om perspectieven, doelstellingen en de strategieën die worden gehanteerd. In deze conclusie belichten we de overeenkomsten en verschillen, en de conceptuele uitdagingen die de twee organisaties oproepen op het vlak van emancipatie, en etnische en seksuele diversiteit. 
Opvallend aan beide interviews is de prominente rol van het ‘coming-out’ discours. Waar ‘uit de kast komen’ vaak geldt als de universele en ultieme stap tot de emancipatie van seksuele minderheden, wijzen Merhaba en R2L op de culturele specificiteit, in plaats van universele geldigheid, van dit paradigma. Voor Merhaba is het bekritiseren ervan en het bieden van een alternatief kader zelfs een van de hoofdredenen voor het ontstaan van de organisatie. Ook R2L benadrukt dat ‘uit de kast komen’ slechts een van de vele opties en zeker geen doel op zich is. Het alternatief waar Merhaba voor staat is een geleidelijke en sensitieve aanpak: ‘de weg van de omweg is de kortste weg’. Daar gaat veel kennis van en begrip voor culturele en religieuze diversiteit mee gepaard. Hierdoor ontstaat ruimte voor een meervoudige identiteit en krijgt seksualiteit geen alomvattende rol. R2L kiest voor een persoonlijke benadering waarbij de ontwikkeling en specifieke behoeftes van het individu voorop staan. Het project biedt diverse activiteiten aan die voor en door verschillende groepen op lokaal niveau georganiseerd worden. Deze ‘inside-outside’ aanpak maakt dat het
aanbod van activiteiten maatwerk en daarmee veranderlijk blijft.
Zowel Merhaba als R2L schrijven specifieke eigenschappen toe aan hun doelgroepen; respectievelijk ‘LGBTQI met een migratieachtergrond’ en ‘biculturele LHBT’s’. Volgens Merhaba zijn tradities en/of godsdienst vaak van extra belang voor migrantengroepen. R2L benadrukt het gebrek aan een praatcultuur als een veelvoorkomend probleem onder biculturelen.
Beide aspecten worden gezien als potentiële obstakels in het accepteren van seksuele diversiteit waar de doelgroep in de directe omgeving mee te maken krijgen. Zowel Merhaba als R2L doelen dan ook op het ontkrachten van het idee dat religiositeit en seksuele diversiteit niet samengaan, en schuiven alternatieve theologische posities naar voren. Ook zien beide organisaties als hun primaire doel het creëren van een veilige en vertrouwde omgeving voor de doelgroep elkaar om te vinden en te ondersteunen, om zo de stilte en het isolement te doorbreken.
De twee organisaties verschillen op het vlak van werkveld. Merhaba richt zich naast de primaire doelgroep ook op de bredere maatschappij en neemt een kritische houding ten opzichte van de stereotypen die op religie of etniciteit gebaseerd zijn. Het doorbreken van wij/zij-denken en bestrijden van islamofobie is dan ook een proces waar Merhaba actief probeert aan bij te dragen. Daarnaast, door enerzijds mainstream holebi organisaties en hulpverleners te ‘sensibiliseren’ voor cultuurverschillen en anderzijds holebi kwesties bespreekbaar te maken onder etnisch-culturele minderheden, vervult Merhaba een unieke brugfunctie. R2L verleent prioriteit aan zelfacceptatie van biculturele LHBT jongeren en ziet deze als een voorwaarde om grotere veranderingen voort te kunnen brengen.
Voor de toekomst hoopt R2L zich uit te breiden, zodat er nationaal en internationaal lokale organisaties ontstaan die zich over deze doelgroep kunnen ontfermen. Daarmee neemt R2L hoofdzakelijk een faciliterende rol op zich. Merhaba heeft de ambitie om een kennisinstituut te worden en op die manier in een breder veld een meer diversiteit sensitief discours te bewerkstellingen en ziet daarin een emancipatoire taak voor zichzelf.
De perspectieven, doelstellingen en strategieën van Merhaba en R2L dagen uit om na te denken over concepten die vaak vanzelfsprekend lijken qua betekenis en invulling. Concepten zoals seksuele identiteit, emancipatie, progressief en conservatief zijn echter verre van vanzelfsprekend. Zowel Merhaba als R2L tonen zich kritisch tegenover gangbare ideeën over het belang van seksualiteit voor individuele identiteit, en over de emancipatie van seksuele minderheden. Ze relativeren het belang van seksualiteit
door andere aspecten van identiteit en ongelijkheid te benadrukken die minstens zo belangrijk kunnen zijn in een individueel mensenleven. Ook stellen ze vragen bij het idee dat ‘uit de kast komen’ centraal staat voor de emancipatie van diegenen die niet voldoen aan hetero-normatieve normen en verwachtingen. Waar velen een aanmoediging tot ‘uit de kast komen’ als progressief zouden opvatten, en het uitblijven van deze aanmoediging als noodzakelijkerwijs een bestendiging van de hetero-normatieve status quo, schuiven zowel Merhaba en R2L alternatieve paradigma’s naar voren die meer aansluiten bij de ervaringen en noden van leden
van etnisch-culturele minderheden.
Voor een deel problematiseert het bestaan van deze twee organisaties de veronderstelde spanning tussen religieuze, culturele en etnische diversiteit enerzijds en de acceptatie van seksuele vrijheid anderzijds. Zij representeren immers doelgroepen die via hun verschillende subject posities deze spanning overstijgen. Daarnaast duiden hun activiteiten erop dat verschillende vormen van diversiteit elkaar niet uit hoeven te sluiten. Tegelijkertijd, echter, bevestigen Merhaba en R2L juist de noodzaak van het denken in termen van cultureel, etnisch en religieus verschil in relatie tot seksuele zelfbeschikking en emancipatie. Deze tegenstrijdige betekenisgeving komt tot uitdrukking in de wijze waarop identiteitscategorieën voortdurend gedeconstrueerd en geclaimd worden. Intersectionalteit en een van-binnenuit benadering zijn momenteel de methoden waarmee Merhaba en R2L proberen aan deze paradox te ontkomen.
 

Noten

1. Nella van den Brandt en Rahil Roodzas hebben voor dit artikel ieder een interview op zich genomen. Ze hebben daarmee in dezelfde mate bijgedragen aan de totstandkoming van het artikel. Klaartje van Kerckem heeft met enthousiasme het interview met Merhaba als tekst deels herschreven om het te corrigeren, te herformuleren en aan te vullen. Ze is daarom met recht derde auteur van het interview artikel. Haar auteurschap is bovendien een van de redenen waarom de twee interviews verschillen qua schrijfstijl. Onze dank gaat ook uit naar BeyonG, Giovanny Virdis en Jessica Wolde voor hun medewerking aan het artikel en hun oprechte verhalen. We bedanken ook Sam, de verantwoordelijke voor onthaal en hulpverlening bij Merhaba, die het artikel kritisch heeft meegelezen.
4. In Vlaanderen is sinds de jaren negentig ‘holebi’ de meest gebruikte term om te refereren naar individuele homoseksuelen, lesbiennes, en biseksuelen, alsook organisaties die zich met hun collectieve emancipatie bezig houden. Tegenwoordig horen we ook wel ‘holebitrans’ of ‘holebi- en transgender’ als overkoepelende benaming. In de praktijk wordt met ‘holebi’ echter vaak verwezen naar homoseksuelen en lesbiennes. In Nederland is de afkorting LHBT (lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders) gebruikelijker.
5. Middenveldorganisaties worden in België erkend als ‘verenigingen zonder winstoogmerk’, wat staat voor een specifiek wettelijk statuut en daarbij behorende rechtsvorm. Het vzw-statuut kan vergeleken worden met het Nederlands verenigingsstatuut. Zie ook: http://www.belgium.be/nl/economie/onderneming/oprichting/vennootschapsvo...
6. Organisaties voor sociaal-cultureel volwassenwerk kunnen in België worden erkend als ‘beweging’. Een beweging is “een organisatie die is gericht op maatschappelijke verandering”. Een vzw kan een aanvraag indienen tot erkenning als beweging en zo een bijkomende ‘subsidie-enveloppe’ ontvangen. Zie: http://www.vlaanderen.be/nl/cultuur-sport-en-vrije-tijd/cultuur/erkennin... http://www.sociaalcultureel.be/volwassenen/bewegingen_subsidievoorwaarde...
10. In het voorjaar van 2015 organiseerde Merhaba haar ‘eigen karavaanroute’ in samenwerking met partnerorganisaties. Deze karavaan trekt door verschillende Vlaamse steden om een documentaire te vertonen, getiteld ‘Roots & Wings’, die het portret schetst van vier individuen met een Marokkaanse achtergrond die zich aangetrokken voelen tot mensen van hetzelfde geslacht. Zie voor meer info over Merhaba’s project ‘Karavaan – Roots & Wings’: http://www.merhaba.be/activiteiten/karavaan-roots-wings 
12. De brochure ‘Recht op Liefde’ (ROL) werd in 2013 uitgebracht en was het resultaat van een samenwerking van ella vzw en Merhaba vzw. Het geeft informatie en tips over hoe op een laagdrempelige manier te werken rond seksuele en genderdiversiteit met groepen en gemeenschappen waar seksuele diversiteit, en met name holebiseksualiteit, een gevoelig thema is. Zie voor meer info: http://www.merhaba.be/activiteiten/kalender/events/vorming-recht-op-lief...
13. Intersectionaliteit, of ook wel het kruispuntdenken, is ontstaan vanuit het werk van Afro-Amerikaanse feministische onderzoekers, die argumenteerden voor het tezamen analyseren van seksisme en racisme, in samenhang met andere uitsluitingsmechanismen zoals seksuele oriëntatie, leeftijd, religie, etc. De Afro-Amerikaanse advocate Kimberlé Crenshaw lanceerde in 1989 de term ‘intersectionality’. In de Nederlandstalige academie heeft de antropologe Gloria Wekker, emeritus hoogleraar Gender en Etniciteit aan de Universiteit Utrecht, een belangrijke rol gespeeld in het verder ontwikkelen van het intersectioneel denken.
15. Nederlandse vereniging tot integratie van homoseksualiteit.
16. Voor de Amsterdamse Gay Pride.
 

Over de auteurs

Nella van den Brandt (1983) verdedigde in december 2014 haar doctoraat getiteld Religion, Secularity and Feminism in a West-European Context: A Qualitative Study of Organisations and Activism in Flanders aan het departement Talen en Culturen van de Universiteit Gent. Ze publiceerde in wetenschappelijke tijdschriften zoals Women’s Studies International Forum, Social Movement Studies en Tijdschrift voor Gender Studies. Ze schreef ook bijdragen voor Vlaamse linkse antiracistische media zoals Kifkif en De Wereld Morgen. Nella behaalde de master Comparative Women’s Studies in Culture and Politics aan de Universiteit Utrecht. Ze is redacteur van het tijdschrift Religion and Gender. Momenteel werkt ze als stafmedewerker van de nieuwe Vlaamse interuniversitaire masteropleiding Gender en Diversiteit.

Rahil Roodsaz is sinds 2014 als wetenschappelijk onderzoeker werkzaam bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis in Amsterdam. In januari 2015 verdedigde zij met succes haar proefschrift ‘Sexual Self-Fashioning among the Iranian Dutch’ over de relatie tussen percepties van seksualiteit en processen van collectieve identificatie onder Iraanse Nederlanders. Dit onderzoek was uitgevoerd bij het Instituut voor Genderstudies van de Radboud Universiteit Nijmegen. Momenteel is zij tevens als
veldwerker betrokken bij het project ‘Ongekend Bijzonder’, een Oral History initiatief van de stichting Bevordering Maatschappelijke Participatie over levensverhalen van vluchtelingen in Nederland.
 
Klaartje Van Kerckem (1981) verdedigde in juli 2014 haar doctoraat getiteld 'Bridging the Gap. How Ethnic Boundary Dynamics Shape Socio-Cultural Incorporation. A Case Study among Turkish Belgians.' aan de vakgroep Sociologie van Universiteit Gent. Haar artikels verschenen in o.a. International Migration Review, City & Community en Qualitative Sociology. Momenteel is ze communicatie- en projectcoördinator bij vzw Merhaba en gastprofessor aan de vakgroep Conflict & Ontwikkeling van de UGent, waar ze Politiek van de Islam in een globale wereld doceert.