Dyab Abou Jahjah: De Moslimhomo en de voetballer

Author: 
Dyab Abou Jahjah

Dit artikel verscheen op 4 maart 2016 in De Standaard

Dat een islamitische finalist voor Mister Gay Belgium de eerste pagina van deze krant haalde, zal allicht wat minder weerklank krijgen dan gewoonlijk als een succesverhaal van een allochtoon opduikt. De bekende hashtags #LeFuturEstANous en #Believe zullen deze keer niet trending zijn. Homoseksualiteit ligt gevoelig bij moslims, maar misschien minder gevoelig dan men denkt.

Vijftien jaar geleden zou ik heel negatief gereageerd hebben op zo’n artikel. Niet omdat ik op zich tegen homo’s was toen, maar omdat ik het gevoel had dat het vraagstuk van homoseksualiteit binnen de islam constant misbruikt werd om op de moslims te kappen. Samen met de positie van de vrouw binnen de islam of de scheiding tussen kerk en staat is homoseksualiteit een van de favoriete thema’s van islamofoben. Dat komt natuurlijk niet alleen doordat islamofoben constant op zoek zijn naar alles wat ze die gemeenschap kunnen verwijten, maar ook omdat er wel iets te zeggen valt over een negatieve houding van vele moslims tegenover homo’s.

Maar homofobie reduceren tot een theologische kwestie is de waarheid geweld aandoen. Homofobie heeft vooral te maken met de culturele normbepaling op maatschappelijk en individueel vlak. De culturele normen verschillen wezenlijk van het officiële normatieve kader waarin racisme en dus ook islamofobie een misdaad is, homofobie verfoeilijk en discriminatie uit den boze. In de realiteit zijn racisme, homofobie en discriminatie onderdeel van onze normaliteit, zowel individueel als collectief. Per definitie zijn alle heteromannen verdacht van homofobie, en niet alleen moslims. Dat bijna geen voetbalspeler uit de kast durft te komen, heeft niets te maken met de islam, maar met de negatieve houding van vooral autochtone mannen tegen homo’s. Het feit dat een heel stadion springt als men roept dat wie niet springt homofiel is, zegt ook genoeg. Dat ten minste 10 procent van die springende mannen zelf homoseksueel is, wordt dat een beetje pijnlijk.

Allochtone mannen zijn natuurlijk geen uitzondering wat dat betreft. Wij staan over het algemeen vrij negatief tegenover homoseksuelen. Niet omdat we allochtonen zijn, maar omdat we mannen zijn. Het idee dat een andere man ons seksueel zou begeren, is voor de meeste heteromannen een nachtmerrie en kan hen agressief maken.

Bij allochtonen speelt religie wat meer een rol dan bij de gemiddelde autochtone man, wat maakt dat ze gemiddeld conservatiever zijn. Over het algemeen hebben ze het economisch wat moeilijker, waardoor ze wat gecrispeerder zijn. In mijn ervaring is solidariteit het enige middel om deze negatieve houding te overbruggen. De solidariteit van veel homoseksuelen met de burgerrechtenstrijd van allochtonen is een eyeopener geweest om mijn vooroordelen en negatieve houding tegenover holebi’s te veranderen. Ik denk dan aan mensen zoals schrijver Tom Lanoye en zijn man René Los, maar ook aan de inmiddels overleden journalist Koen Calliauw en anderen die door dik en dun achter de burgerrechtenstrijd stonden en staan.

Ja, natuurlijk is de weg nog lang. Moslimhomo’s voelen zich net zoals voetballers gedwongen om hun geaardheid te verbergen, vaak om hun conservatieve en religieuze ouders niet te kwetsen, en uit angst voor negatieve reacties uit hun omgeving. Maar ik denk dat zij de evolutie in de gemeenschap onderschatten. Onlangs heeft de Nederlandse schrijver en politicus Tofik Dibi zijn homoseksualiteit openlijk verklaard. Hij hield zijn hart vast voor de reacties, maar wat hij kreeg van zijn moslimvrienden en van de gemeenschap over het algemeen, buiten een minderheid van idioten, was een golf van steun en sympathie. Het probleem is dat de moslimhomo vaak werd gezien als een zelfhater die zich, waarschijnlijk door zijn trauma’s, graag door islamofoben als munitie liet gebruiken. De reactie tegen die figuren was hard en kreeg vaak een homofoob accent. Zo slaagde de dominante groep, bewust of onbewust, erin twee gediscrimineerde groepen tegen elkaar op te zetten.

Ben ik nu als heteroman door solidariteit vrij van homofobie geworden? Ik denk het niet, ik denk dat heel weinig heteromannen dat zijn. Net zoals seksisme en racisme is homofobie een chronische aandoening waaraan wij, individueel en collectief, allemaal aan leiden. Maar net zoals racisme en seksisme is het iets dat we onder controle moeten en kunnen houden.

Eén ding is zeker: waardige mensen die uit de kast komen en zich niet laten misbruiken om andere mensen te stigmatiseren kunnen op mijn solidariteit en die van vele anderen binnen de moslimgemeenschap rekenen. Of ze moslim, danser of voetballer zijn, speelt geen rol. Kan iemand dat aan Cristiano Ronaldo laten weten?